VAN MESSING

Onverwoestbaar totaaltheater over eindigheid

Recensie van: Wij zijn Ferdinand Roest
Waar: Imperium Theater, Leiden
Wanneer: 18 en 19 april 2026

‘Ze zouden zoveel meer aandacht verdienen dan ze nu krijgen.’ Met deze verzuchting eindigde in mei 2020 een recensie van ondergetekende naar aanleiding van de cd Ducht van de Leidse band Van Messing (VM). Anno 2026 is deze constatering onverkort van kracht, en dat zelfs nog nadrukkelijker dan zes jaar eerder.

Want wat is er gebeurd? In het weekend van 18 en 19 april heeft dit gezelschap, dat dit jaar 20 jaar bestaat, een theatraal hoogstandje van de eerste orde neergezet. En, afgezien van twee keer een bescheiden zaaltje vol fijnproevers, vrijwel niemand die het heeft opgemerkt! Het aankondigende persbericht kreeg zelfs geen ruimte in het plaatselijke sufferdje, dat kennelijk de zoveelste buurtbraderie in Lammenschans en het jaarlijks terugkerende kampioenschap bollen pellen in Sassenheim meer gewicht toekende. Met een dermate schraal cultureel besef heb je geen beeldenstorm meer nodig. Onder de hamers en breekijzers van de onverschilligheid verpulvert spontaan alles van waarde, dat nu eenmaal weerloos is.

Maar laten we de moed erin houden, want als er tijdens die twee optredens iets werd aangetoond, dan is het wel dat weerloos geen synoniem is van krachteloos. Integendeel. Wie weet wat er nog in het vat zit, als iedereen die er getuige van was de boodschap aan, zeg, vijftig anderen doorgeeft.

Sinds de oprichting blinkt VM uit in oorspronkelijke kwaliteitspop met diverse invloeden en zelfgeschreven en treffende Nederlandstalige teksten, die niet zelden handelen over de menselijke staat van zijn. Over óns dus, met al onze plussen en minnen, en vooral alle grijstinten ertussenin. Maar altijd is die reflectie op dit tekortschieten gekruid met een mix van mededogen en betrokkenheid, zonder een moreel oordeel te vellen en zonder hoogdravendheid.

Het gaat hier om de voorstelling Wij zijn Ferdinand Roest. Zeg maar gewoon Fer.

Fer Roest – ferroest!, dat klinkt als een uitroep van verbazing en onmacht – is een fictief maar al te herkenbaar karakter. Een soort eenentwintigste-eeuwse Elckerlyc, tegelijk held en anti-held, die zich al tastend, vaak onbeholpen en met horten en stoten door de uitdagingen van het dagelijks leven heen ploetert. Een mens die jaar na jaar afbladdert onder de mokerslagen van het eindige leven.

Aan de hand van zeventien nummers, waarvan vijftien zelfgeschreven, boetseert de band een gevarieerd akoestisch palet, met ingetogen en aanstekelijke nummers, omfloerst met nu eens The Cure-achtige donkerte en dan weer bevrijdende lichtvoetigheid à la Goldband, nu eens op het scherp van de snede en dan weer van een ontroerende subtiliteit.

(tekst gaat verder onder de foto)

Geleid door zijn muzikale gidsen volgt de toeschouwer de verrichtingen van deze mens: zijn entree in de wereld, zijn trauma’s, zijn verkenningen in de liefde, in de muziek en in de genotmiddelen, zijn vlucht naar andere oorden, maar ook zijn terugkerende demonen en zijn wankele schreden op het flinterdunne koord tussen hoop en vrees. En dan, met het vorderen van de jaren, de twijfel, het inzicht, de aankomst op zijn bestemming en tot slot Fers testament. De moed der wanhoop die stuit op de ontroering die gepaard gaat met overgave. De muziek en de teksten sluiten naadloos aan, zowel op elkaar als op het thema, stuk voor stuk gebracht met passie, met op elkaar ingespeeld, messcherp vakmanschap en vooral met ontzettend veel puur plezier.

Zanger en percussionist (bongo’s, tamboerijn, belletjes etc.) Paul Pardon trekt de kar en haalt alles uit de kast; voor de hoogste noten moet ‘de kleine man’ – zijn eigen woorden – soms even op zijn tenen staan, maar dat benadrukt zijn sprankelende en enthousiaste performance alleen maar. De instrumentalisten Daan Andriessen (toetsen/zang), Ton Bavelaar (gitaar/zang), Coen Oldenkamp (drums en accordeon) en Ed Swart (basgitaar) weven vakkundig een solide muzikaal tapijt, dat al snel de hogere sferen van een overkoepelend perspectief kiest en waarop de zaal zich even moeiteloos als geboeid kan laten meevoeren langs al de ups en downs van Fer Roest. De functionele licht- en geluidstechniek maakt de publieksbeleving compleet.

Maar hiermee zijn we er nog niet. In de titel van deze recensie staat ‘totaaltheater’. En dat is geen loze kreet. Want tot nog toe onvermeld gebleven zijn de soms oogstrelende filmprojecties van Ed Swart; die geven de nummers nog net dat extra zetje naar wat niets minder dan een warm bad voor alle zintuigen is gebleken. Ik zeg het niet gauw, maar Ed is een ware uomo universale, die ook nog eens heeft getekend voor het ontwerp van het smaakvolle programmaboekje en samen met Ronald Han de AI-video met Fers afscheidsspeech heeft verzorgd. (Onder ons gezegd: hij bakt ook voortreffelijke taarten.)

Een diepe buiging, mannen, een heel diepe buiging… Nog twintig jaar erbij alsjeblieft.

Arie de Geus

© 2026 VAN MESSING

Thema door Anders Norén