VAN MESSING

Schepen van hout en mannen van messing

Bespreking album Ducht – Van Messing

De titels van Van Messings platen worden steeds korter. Het derde geesteskind van de band heet simpelweg Ducht, terwijl de eersteling uit 2013 Aan het einde van de dag heette en de opvolger uit 2016 Verwarde mannen. Of dit een voorteken is van een titelloos vierde album blijft nog in nevelen gehuld, maar te hopen is wel dat die vierde er komt.
Maar allé, dat is van later zorg.
Terug nu naar het heden. Wederom hebben de mannen van Van Messing (hierna: VM) het geflikt: ze hebben vijftien nummers afgeleverd die, het ene weliswaar wat meer dan het andere, zich een plaats hebben weten te verwerven in de interne jukebox van menig luisteraar. Voor de jongere kijkers: een jukebox is een analoge, en daarmee ook beperkte, Spotify-afspeellijst in de vorm van een nogal plompe kast; in die kast een aantal rijen kleine zwarte schijfjes die gekoppeld zijn aan een specifieke cijfer-lettercombinatie volgens het principe ‘u vraagt en wij draaien’.
Evenals als het fenomeen ‘jukebox’ maakt het woord ‘ducht’ een ouderwetse indruk. Het doet denken aan vervlogen tijden, toen de schepen nog van hout waren en de mannen van ijzer – of wat chiquer: van messing. Ducht appelleert ook aan iets weerbarstigs, iets stugs, iets taais en tanigs. Maar wat ís het? Nader onderzoek leert dat ducht als zodanig helemaal niet in Van Dale voorkomt. Wel het werkwoord duchten (vrezen) en het bijvoeglijk naamwoord duchtig (flink, stevig, krachtig, geducht). Wie echter goed naar de indringende tekst van het titelnummer luistert, ziet het raadsel omtrent ducht alsnog opgelost worden.
Tot zover de inleidende schermutselingen. Nu het album zelf maar eens onder de loep genomen.

Er is op Ducht in muzikaal opzicht duidelijk sprake van een hang naar avontuur, naar exploratie van andere horizonten. En dat moet ook, want zowel de band als de luisteraar heeft baat bij een voortgaande artistieke ontwikkeling. Dat begint natuurlijk al met de vaststelling dat Paul Pardon, hoewel vocaal goed passend bij het VM-geluid, een andere zanger is dan Tjeerd Siersma: Pauls stem voelt zich wat comfortabeler in de lagere registers, maar heeft navenant soms wat moeite met de hoge noten. De ontdekkingstocht kent zeker een positief stemmende uitkomst, maar het schort hier en daar nog een beetje aan consistentie. In nummers als ‘Heel voorzichtig’, ‘Is dit mijn land’, ‘Dans’, ‘Ik kan niet alleen’ en ook in het titelnummer lijken de mannen zich in hun eigen exploratiedrift te verslikken en ontbreekt het naar mijn smaak enigszins aan melodieuze coherentie, waardoor ze de aandacht minder vasthouden. De teksten zijn, zoals in vrijwel alle nummers van VM, dan wel weer heel sterk: nooit vrijblijvend, bijna altijd handelend over het menselijk tekort en de valkuilen van het leven, hetzij in het groot, hetzij in individuele zin, hetzij bespiegelend, hetzij met een vleugje humor. Nooit zwaar op de hand, nooit moraliserend en altijd appellerend aan ieders vermogen tot nadenken en mededogen.
Maar jongens, wat is er ook in muzikaal opzicht veel te genieten op Ducht!
Wat bijvoorbeeld te denken van het spetterende ‘HEEh!’, een vloeiende, aanstekelijke, schijnbaar achteloos uit de mouw geschudde zomerhit pur sang? Een lied dat onmiskenbaar tot stand is gekomen in een artistieke flow waarbij gewoon alles klopt. Dat de tekst ook nog een beroep doet op ieders verantwoordelijkheid inzake de klimaatverandering, is een mooie bijvangst. Ook ‘Kijk me aan’, ‘Heb je je jas’ en ‘Leiden’ (met die heerlijk opzwepende accordeon) maken een frisse, harmonieuze, bijna bevrijde indruk. Ook ‘Doodgewoon wonderschoon’ (valt volledig samen met de titel), ‘Geen afscheidslied’ (heel sensitief en met een bedwelmend mooi slot), het ultiem swingende ‘’t Is te veel’ en ‘Ik ben wie ik ben’ zijn even zoveel voorbeelden van waar VM in uitblinkt: gevarieerde en kundig uitgevoerde muziek maken. ‘Koning, knechten en ik’ luistert ook lekker weg, maar de blazers zijn mij iets te nadrukkelijk en doen daarmee enige afbreuk aan het eindresultaat. Een onbetwijfelbaar hoogtepunt, en een buitenbeentje qua sfeer, is dan weer het door Ton Bavelaar gezongen ‘Als wat ik zeggen wil niet zegt wat ik bedoel’, met een ongehoord fraai arrangement van piano en cello. Evenals in ‘Water tot de lippen’ op Verwarde mannen weet Ton, met een stem die het vocale equivalent is van afgetrapte maar o zo lekker lopende wandelschoenen, precies de juiste snaar te raken en hij toont maar weer eens overtuigend aan dat kwetsbaarheid bepaald niet hetzelfde is als zwakheid.
De instrumentatie, het perfect op elkaar ingespeeld zijn, de virtuoze basriffs, het strakke drummen, het veelzijdige toetsenwerk, etc. etc. – het is allemaal weer dik in orde. En dat geldt ook voor het artwork. Laat dat maar aan de firma Swartwerk over!

VM straalt nog altijd zoveel sprankelende energie uit, geeft nu voor de derde keer een prima visitekaartje af en blijft het muzieklandschap dan ook inkleuren met unieke en met liefde gemaakte songs in je moers taal. Ze zouden zoveel meer aandacht verdienen dan ze nu krijgen.

Arie de Geus
adg tekst

© 2020 VAN MESSING

Thema door Anders Norén